Lân
fan
taal

Zoek als iedereen naar alles met trefwoord 
Meertalig Leeuwarden-Fryslân, een korte geschiedenis.

De provincie Fryslân maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden als een van de twaalf provincies, met Leeuwarden als hoofdstad. Er wonen ruim 650.000 mensen in Fryslân.

Wat dit gebied onderscheidt van de rest van Nederland, is met name de Friese taal (Frysk). Het grootste deel van de inwoners is gewend om twee of meer talen naast elkaar te gebruiken. Naast het Nederlands is ook het Fries (in beperkte mate) de bestuurstaal.

De meeste inwoners van Fryslân verstaan de taal (97%), bijna driekwart spreekt Fries en voor ruim vijftig procent is Fries de eerste taal. Ongeveer tweederde van de bevolking kan Fries lezen, maar slechts een kwart kan naar eigen zeggen ook Fries schrijven.

Behalve Fries en Nederlands, zijn in Fryslân verschillende (door het Fries beïnvloede) Nederlandse dialecten in gebruik: het Stadsfries (Liwwadders), het Bildts en het Stellingwerfs. In al deze talen wordt in Fryslân literatuur geschreven.

In Leeuwarden wonen veel verschillende etniciteiten en worden diverse Arabische, Aziatische en Zuid-Amerikaanse talen gesproken.

Fries

Het Fries is een Germaanse taal, samen met het Duits, Engels en Scandinavisch. In zijn oudste stadium wordt het gerekend tot het Westgermaans, waaronder ook het Oudhoogduits, het Oudsaksisch, het Oudnederlands en het Oudengels vallen. Binnen het Germaans heeft het Fries de meeste overeenkomsten met het Engels. Het Fries is in de achtste eeuw als zelfstandige taal herkenbaar en wordt in drie perioden ingedeeld: Oudfries, Mid(del)fries en Nieuwfries.

Hoewel het Fries historisch gezien nauw verwant is aan het Engels, ontwikkelde het zich op totaal andere wijze: de taal bleef klein en veel sprekers van de taal zijn tegenwoordig drietalig: Nederlands, Fries en Engels. Friezen hebben echter ook een eeuwenoude schrijftaaltraditie, waarbij de Friese taal zich steeds opnieuw uitvond en langzamerhand een eigen literatuur opbouwde. In het laatste kwart van de negentiende eeuw brak de Friese taal definitief door als primaire drager van de Friese identiteit en in de twintigste eeuw nam de literatuur een hoge vlucht.